Tegenwoordig kun je het je niet meer indenken als je naar jouw luxe tandarts in Amsterdam gaat dat vroeger de kapper meteen even je mond open deed om er een kies uit te trekken. Maar het gebeurde vroeger echt! De oudste aanwijzingen voor tandheelkunde dateren uit de nieuwe steentijd in Pakistan, waar men elf geboorde kiezen heeft gevonden. Uit reconstructie van deze oude techniek concludeert men dat er gebruik is gemaakt van een boogboor met stenen punt. Zo vroeg waren de mensen dus al bezig met het gebit, maar er moet wel bij gezegd worden dat dit alleen voor de hogere klasse bestemd was. Dit geldt overigens doorgaande heel de historie van de tandheelkunde.

Tandartsapparatuur

Ontstaan van tandheelkunde

In een Sumerische tekst van 5000 voor Christus wordt een “tandworm” aangewezen als oorzaak van tandbederf, een opvatting die we ook vinden in het oude India, Egypte, Japan, en China. We vinden de legende van de Sumeriërs ook in de geschriften van Homerus. Later wordt rond 3000 B.C.  Hesi-Re (“Grootste der tanden”) genoemd als eerste tandarts. De Egyptenaren zetten losse tanden vast met gouddraad. In de 18e eeuw voor Christus wordt in het boek de Codex Hammurabi het tweemaal trekken van een kies genoemd als passende lijfstraf. Archeologisch onderzoek in de Grieks-Romeinse wereld laat pogingen zien om gebitsprotheses te maken en pogingen tot kaakchirurgie. In het klassieke Griekenland schreven de arts Hippocrates en de filosoof Aristoteles over tandheelkunde, ze beschreven de volgorde waarop tanden en kiezen doorbraken, de behandeling van rotte kiezen en ziekten van het tandvlees. Ook vinden we bij hen het stabiliseren van losse tanden en gebroken kaken met draad. Volgens sommigen waren het de Etrusken die rond 700 v. Chr. voor het eerst bruggen en kronen maakten. De Romeinse schrijver over medische onderwerpen, Aulus  schrijft uitvoerig over mondziekten en over gebitsbehandelingen zoals verzachtende en versterkende dranken die een pijnstillend middel bevatten.